Art. 50 Wet bescherming persoonsgegevens, Rechtsbescherming
Wet bescherming persoonsgegevens
1. Indien de verantwoordelijke of de bewerker handelt in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde en een ander daardoor schade lijdt of dreigt te lijden, kan de rechter hem op vordering van die ander zodanig gedrag verbieden en hem bevelen maatregelen te treffen tot herstel van de gevolgen van dat gedrag.
2. Een verwerking kan niet ten grondslag worden gelegd aan een vordering van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht of artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek, voor zover degene die door deze verwerking wordt getroffen, daartegen bezwaar heeft.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 19 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2743
- Hof Den Haag 23 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1360
- ABRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1185
- Rb. Oost-Brabant 20 juli 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:3892
- Hof Amsterdam 30 november 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BO7581
- Rb. Rotterdam 24 maart 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BH7631
- Hof Amsterdam 18 juli 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AE5514