Art. 4.41 Wet IB 2001, Doorschuiving op verzoek (mogelijk ontstaan fictief aanmerkelijk belang)
Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001)
1. Op verzoek van de belastingplichtige wordt het voordeel uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen in het kader van een aandelenfusie als bedoeld in artikel 3.55 niet in aanmerking genomen. Artikel 3.55, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Op verzoek van de belastingplichtige wordt het voordeel, bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, onderdeel d, niet in aanmerking genomen in het geval van een splitsing van een rechtspersoon mits de splitsende en de verkrijgende rechtspersoon in Nederland zijn gevestigd, of in de zin van artikel 3.55, vijfde lid in een lidstaat van de Europese Unie of een bij ministeriële regeling aangewezen staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd. Artikel 3.56, vierde, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Op verzoek van belastingplichtige wordt het voordeel, bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, onderdeel d, niet in aanmerking genomen in het geval van een juridische fusie, mits de verdwijnende en de verkrijgende rechtspersoon in Nederland zijn gevestigd, of in de zin van artikel 3.55, vijfde lid in een lidstaat van de Europese Unie of een bij ministeriële regeling aangewezen staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd. Artikel 3.57, vierde, zesde en zevende lid is van overeenkomstige toepassing. De eerste en tweede zin zijn van overeenkomstige toepassing op het voordeel, bedoeld in artikel 4.16, eerste lid, onderdeel g, indien sprake is van een overgang onder algemene titel van het vermogen van een verdwijnende vennootschap naar een verkrijgende vennootschap waarbij de belastingplichtige ten tijde van de fusie onmiddellijk alle aandelen in de verdwijnende en de verkrijgende vennootschap houdt en in het kader van de fusie geen aandelen worden toegekend.
4. De in de vorige leden bedoelde mogelijkheid het voordeel niet in aanmerking te nemen, geldt niet voor een in het kader van de aandelenfusie, splitsing of juridische fusie genoten bijbetaling.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 11 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:883
- Rb. Gelderland 12 augustus 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:3623
- Hof Amsterdam 31 maart 2004, ECLI:NL:GHAMS:2004:AO8903
- Rb. Zeeland-West-Brabant 20 oktober 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:6096
- Rb. Zeeland-West-Brabant 12 januari 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:118
- Rb. Noord-Holland 14 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:12725
- Rb. Noord-Holland 14 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:12724
- Rb. Noord-Holland 14 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:12723
- Rb. Noord-Holland 14 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:12722
- Rb. Noord-Holland 4 januari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:84
- Rb. Breda 9 november 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BK4167
- Conclusie A-G Wattel 25 oktober 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1114
- Conclusie A-G Niessen 28 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:428
- Conclusie A-G Wattel 10 oktober 2008, ECLI:NL:PHR:2008:AZ8531
- Conclusie A-G Van Ballegooijen 14 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO3339
- HR 14 mei 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO3339
- Hof 's-Gravenhage 15 april 2003, ECLI:NL:GHSGR:2003:AF7463
- Hof Arnhem 22 december 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AZ7785
- Hof Arnhem-Leeuwarden 12 mei 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2988
- Hof Arnhem-Leeuwarden 2 juli 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4438