Art. 3.64 Wet IB 2001, Doorschuiving via te conserveren inkomen naar andere onderneming
Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001)
1. Bij het staken van een onderneming wordt op verzoek van de belastingplichtige bij de aangifte de met of bij de staking behaalde winst die is toe te rekenen aan bedrijfsmiddelen en aan herinvesteringsreserves, afzonderlijk bepaald en behandeld als te conserveren inkomen, voorzover aannemelijk wordt gemaakt dat die afzonderlijk bepaalde winst in het jaar van staking, dan wel binnen een periode van 12 maanden na staking, zal worden geherinvesteerd in een onderneming waaruit de belastingplichtige winst geniet.
2. Bij tijdige herinvestering wordt de afzonderlijk bepaalde winst in mindering gebracht op de aanschaffings- of voortbrengingskosten van bedrijfsmiddelen die door de belastingplichtige ten behoeve van een bestaande of nieuwe onderneming worden aangeschaft of voortgebracht, als ware die winst een herinvesteringsreserve. Daarbij is artikel 3.54 van overeenkomstige toepassing. De inspecteur vermindert vervolgens dienovereenkomstig de conserverende belastingaanslag bij voor bezwaar vatbare beschikking. Rechtsmiddelen tegen deze beschikking kunnen uitsluitend betrekking hebben op de grootte van de vermindering.
3. Op verzoek van de belastingplichtige wordt de periode van 12 maanden, bedoeld in het eerste lid, verlengd, indien: De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
a. in verband met de aard van de aan te schaffen of voort te brengen bedrijfsmiddelen, voor de herinvestering een langer tijdvak is vereist of
b. de herinvestering, mits daaraan een begin van uitvoering is gegeven, door bijzondere omstandigheden is vertraagd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Wattel 29 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:701
- Conclusie A-G Niessen 19 maart 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK4551
- Rb. Zeeland-West-Brabant 4 september 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:5923
- Hof Amsterdam 21 maart 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1705
- Rb. Zeeland-West-Brabant 11 januari 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:61
- Rb. Zeeland-West-Brabant 12 februari 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:CA0583
- Rb. Utrecht 14 november 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BY3451
- Rb. Noord-Nederland 23 april 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:1582
- Rb. Noord-Holland 19 juli 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:14233
- Rb. Noord-Holland 21 oktober 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:8649
- Rb. Leeuwarden 24 april 2012, ECLI:NL:RBLEE:2012:BW6603
- Rb. Haarlem 18 november 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BV1694
- Rb. Breda 9 oktober 2007, ECLI:NL:RBBRE:2007:BB5872
- Rb. Breda 15 maart 2007, ECLI:NL:RBBRE:2007:BA4903
- Rb. Arnhem 4 juli 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BB1432
- Conclusie A-G Wattel 29 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:546
- Conclusie A-G Niessen 25 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:176
- Conclusie A-G Niessen 19 maart 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BK4523
- Conclusie A-G Wattel 8 augustus 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD3172
- HR 29 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:143