Art. 3.19 Wet IB 2001, Bijtelling privé-gebruik woning
Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001)
1. Bij het bepalen van de winst met betrekking tot een woning die de belastingplichtige of personen die behoren tot zijn huishouden, anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat, wordt de waarde van de onttrekking gesteld op het bedrag in het tweede lid. Met betrekking tot een woning waarop een tot het ondernemingsvermogen van de belastingplichtige behorend huurrecht of soortgelijk recht betrekking heeft ter zake waarvan de met dat recht verband houdende kosten en lasten ingevolge artikel 3.16, dertiende lid, geheel of gedeeltelijk niet in aftrek komen, is de eerste volzin niet van toepassing.
2. De onttrekking bedraagt bij een woningwaarde van:
3. De woningwaarde is de volgens hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor die woning vastgestelde waarde of waarden voor het kalenderjaar van de onttrekking. Indien een woning deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken, wordt de woningwaarde gesteld op het gedeelte van de waarde van de onroerende zaak dat kan worden toegerekend aan die woning.
4. Indien met betrekking tot een woning het derde lid geen toepassing kan vinden door het ontbreken van een op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde, is de woningwaarde de waarde van de woning die wordt bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16 tot en met 18 en 20, tweede lid, van die wet en van het derde lid, tweede volzin.
5. Voor de toepassing van dit artikel:
a. wordt onder woning mede verstaan: een duurzaam aan een plaats gebonden schip of woonwagen als bedoeld in artikel 1, onder l, van de Wet op de huurtoeslag;
b. blijft onder woning begrepen een werkruimte waarvan de kosten en lasten, indien die werkruimte niet tot het ondernemingsvermogen zou behoren, ingevolge artikel 3.16, eerste lid, niet in aftrek zouden komen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 12 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:1899
- Hof Den Haag 1 juni 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1637
- Rb. Arnhem 17 december 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BL2190
- Rb. Noord-Holland 25 augustus 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:13146
- Hof Arnhem-Leeuwarden 10 oktober 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:8755
- Conclusie A-G Wattel 16 januari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:70
- Hof 's-Hertogenbosch 24 oktober 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3988
- Hof Den Haag 17 maart 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:661
- Rb. Noord-Holland 22 maart 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:3616
- Rb. Noord-Holland 7 september 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:7607
- Rb. Haarlem 15 november 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY3342
- Rb. Haarlem 11 oktober 2011, ECLI:NL:RBHAA:2011:BU3384
- Rb. Haarlem 16 juni 2008, ECLI:NL:RBHAA:2008:BK1660
- Rb. Gelderland 17 juni 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:3071
- Rb. Gelderland 22 september 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:5070
- Rb. Den Haag 21 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:9335
- Rb. Den Haag 21 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:9334
- Conclusie A-G Pauwels 6 september 2024, ECLI:NL:PHR:2024:916
- Conclusie A-G Wattel 23 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:108
- Conclusie A-G NIESSEN 1 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BX4036