Art. 2 BVRB, Algemeen
Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (BVRB)
1. Rechtsbijstandverleners ontvangen overeenkomstig de bepalingen van dit besluit een vergoeding voor de verlening van rechtsbijstand op basis van een toevoeging als bedoeld in artikel 37 van de wet alsmede voor de verlening van rechtsbijstand in een piketzaak.
2. De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, omvat:
a. de overeenkomstig dit besluit vastgestelde vergoeding voor het verrichten van juridische werkzaamheden voor de zaak;
b. de overeenkomstig dit besluit vastgestelde vergoeding voor bepaalde kosten en het tijdverlet in verband met reizen voor de desbetreffende zaak, en
c. de omzetbelasting die is verschuldigd over de vergoedingen, bedoeld onder a en b.
3. Ten behoeve van de berekening van de vergoeding worden de krachtens dit besluit toegekende punten vermenigvuldigd met het basisbedrag, genoemd in het eerste lid van artikel 3.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 22 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO8320
- ABRvS 5 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2617
- ABRvS 13 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1965
- ABRvS 8 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2994
- ABRvS 19 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY6718
- ABRvS 18 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA3208
- ABRvS 4 april 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA2244
- ABRvS 8 februari 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AV1282
- Rb. Arnhem 30 mei 2006, ECLI:NL:RBARN:2006:AY3637
- Rb. Amsterdam 12 december 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:9124
- HR 23 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1197
- Hof Arnhem 13 september 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BS8664