Rb. 's-Gravenhage 4 december 2006, ECLI:NL:RBSGR:2006:AZ5654

Verweerder heeft eiser geen piketvergoeding en geen vergoeding voor reistijd en -kosten verstrekt, omdat eiser in de in geding zijnde piketzaak geen rechtsbijstand heeft verleend. Toen eiser op het politiebureau aankwam was zijn cliënt reeds vrijgelaten, waardoor het verlenen van rechtsbijstand niet langer mogelijk was. Verweerder heeft eiser de gevraagde piketvergoeding (tijdverlet) terecht geweigerd. Voor eisers standpunt dat een redelijke uitleg van de Wrb meebrengt dat in de gegeven situatie waarin geen rechtsbijstand is verleend, maar een forse tijdsinvestering is gedaan, ook recht op een vergoeding bestaat, biedt die wet noch het daaruit voortvloeiende Bvr steun. Voor zover eiser heeft beoogd te stellen dat hij in ieder geval een reistijd- en reiskostenvergoeding had moeten krijgen, overweegt de rechtbank dat een reiskostenvergoeding ingevolge artikel 25, derde lid, van het Bvr, gelezen in samenhang met artikel 1, aanhef en onder e, van het Bvr, slechts mogelijk is indien de rechtsbijstand ook daadwerkelijk is verleend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen