Art. 3 WN, Ambt, bevoegdheid, benoeming en ontslag van de notaris
1. De notaris wordt als zodanig bij koninklijk besluit benoemd. In het besluit wordt de plaats van vestiging aangegeven.
2. De notaris legt binnen zes maanden na de dagtekening van het benoemingsbesluit voor de rechtbank in het arrondissement waarin de kamer voor het notariaat is gevestigd waaronder hij ressorteert, de navolgende eed af: «Ik zweer getrouwheid aan de Koning en de Grondwet en eerbied voor de rechterlijke autoriteiten. Ik zweer, dat ik mij zal gedragen naar de wetten, de reglementen en de verordeningen die op het notarisambt van toepassing zijn en dat ik mijn taak eerlijk, nauwgezet en onpartijdig zal uitvoeren; dat ik geheimhouding zal betrachten ten aanzien van alles waarvan ik door mijn ambt kennis neem en dat ik voorts, middellijk noch onmiddellijk, onder enige naam of voorwendsel, tot het verkrijgen van mijn benoeming aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.» Als de eed niet tijdig is afgelegd, vervalt de benoeming.
3. Wanneer de eed, bedoeld in het tweede lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed als volgt: «Ik swar trou oan de Kening en de Grûnwet en earbied foar de rjochterlike autoriteiten. Ik swar, dat ik my hâlde en drage sil neffens de wetten, de regleminten en de oarderingen dy’t op it notarisamt fan tapassing binne en dat ik myn taak earlik, sekuer en ûnpartidich útfiere sil; dat ik geheimhâlding betrachtsje sil oangeande alles dêr’t ik troch myn amt kunde oan krij en dat ik fierders, streekrjocht noch midlik, ûnder hokker namme of útwynsel dan ek, foar it krijen fan myn beneaming oan immen eat jûn of tasein haw, noch jaan of tasizze sil.»
4. De griffier van de rechtbank geeft ter zitting een proces-verbaal van de eedsaflegging af aan de notaris.
5. De notaris is bevoegd met ingang van de dag na de eedsaflegging. Indien in het benoemingsbesluit een latere datum is vermeld, is hij bevoegd met ingang van die dag indien tevoren de eed is afgelegd. Is hij waarnemer van het kantoor, dan is hij terstond na de eedsaflegging bevoegd.
6. De notaris laat zich terstond na de eedsaflegging inschrijven in het register voor het notariaat, bedoeld in artikel 5, onder overlegging van het proces-verbaal van de eedsaflegging en onder deponering van zijn handtekening en paraaf.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 16 augustus 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:5717
- Rb. Utrecht 8 mei 2002, ECLI:NL:RBUTR:2002:AE2462
- Rb. Utrecht 15 februari 2002, ECLI:NL:RBUTR:2002:AD9314
- Rb. Oost-Brabant 8 juni 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:2463
- Rb. Leeuwarden 1 februari 2002, ECLI:NL:RBLEE:2002:AD8781
- Rb. Leeuwarden 27 april 2001, ECLI:NL:RBLEE:2001:AB1386
- Rb. Leeuwarden 3 april 2001, ECLI:NL:RBLEE:2001:AB0849
- Rb. Leeuwarden 21 december 2000, ECLI:NL:RBLEE:2000:AA9512
- Rb. Dordrecht 28 september 2005, ECLI:NL:RBDOR:2005:AU6844
- Rb. Den Haag 27 december 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15634
- Conclusie A-G Spier 12 juni 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH4723
- Hof Amsterdam 27 januari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:162
- Hof Amsterdam 30 november 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ3987
- CRvB 19 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1831