Art. 25h Mededingingswet, Overheden en overheidsbedrijven
1. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:
a. openbare scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, en artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
b. openbare instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
c. openbare instellingen als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
d. de instellingen, bedoeld in artikel 1.5 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en de organisaties, bedoeld in artikel 3 van de TNO-wet en in artikel 2 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek;
e. publieke media-instellingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Mediawet 2008.
2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het aanbieden van goederen of diensten door bestuursorganen aan andere bestuursorganen of aan overheidsbedrijven voor zover deze goederen of diensten zijn bestemd voor de uitvoering van een publiekrechtelijke taak.
3. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op bestuursorganen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht en op bestuursorganen van openbare lichamen van beroep en bedrijf die zijn ingesteld op grond van artikel 134 van de Grondwet.
4. Dit hoofdstuk is niet van toepassing indien het economische activiteiten van een bestuursorgaan betreft ten aanzien waarvan een maatregel is getroffen die naar het oordeel van het bestuursorgaan kan worden aangemerkt als een steunmaatregel die voldoet aan de criteria van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag.
5. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op economische activiteiten en op een bevoordeling als bedoeld in artikel 25j, welke plaatsvinden respectievelijk plaatsvindt in het algemeen belang.
6. De vaststelling of economische activiteiten of een bevoordeling plaatsvinden respectievelijk plaatsvindt in het algemeen belang geschiedt voor provincies, gemeenten en waterschappen door provinciale staten, de gemeenteraad respectievelijk het algemeen bestuur en voor het Rijk en voor zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen door de minister die het aangaat.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:764
- CBb 8 december 2020, ECLI:NL:CBB:2020:923
- Rb. Rotterdam 26 januari 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:631
- CBb 17 mei 2022, ECLI:NL:CBB:2022:234
- Rb. Rotterdam 18 september 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:9009
- Rb. Rotterdam 2 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:721
- Rb. Rotterdam 29 augustus 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6805
- Rb. Rotterdam 24 januari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:490
- Rb. Rotterdam 7 februari 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:913
- Rb. Rotterdam 31 augustus 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:6538
- Rb. Rotterdam 15 juni 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:4580
- Rb. Rotterdam 18 februari 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1075
- Rb. Noord-Nederland 1 december 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:5094
- Rb. Noord-Nederland 1 december 2021, ECLI:NL:RBNNE:2021:5093
- CBb 8 augustus 2023, ECLI:NL:CBB:2023:410
- Rb. Rotterdam 14 oktober 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:10042
- Rb. Rotterdam 27 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:7733
- Rb. Rotterdam 16 januari 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:291
- Rb. Rotterdam 17 oktober 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:8068
- Rb. Rotterdam 21 november 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:9534