Rb. Rotterdam 24 januari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:490
Wet Markt en Overheid. ACM draagt gemeente Veenendaal op grond van artikel 25i van de Mededingingswet met last onder dwangsom op ten minste de integrale kosten door te berekenen in de parkeertarieven voor de gemeentelijke parkeergarages en de parkeerterreinen. Daarbij mogen niet, zoals de gemeente Veenendaal wil, de kosten van straat-parkeren en vergunning-parkeren betrokken worden. Activiteiten in het kader van de uitoefening van bevoegdheden van openbaar gezag hebben geen economisch karakter dat de toepassing van de mededingingsregels rechtvaardigt. Het (tegen betaling) straat-parkeren en het vergunning-parkeren vindt zijn grondslag in artikel 225 van de Gemeentewet. Op grond van dit artikel kan de gemeente voor het parkeren in de openbare ruimte belasting heffen (parkeerregulering) en is deze parkeerregulering ook voorbehouden aan de gemeente. ACM laat de kosten en baten die betrekking hebben op straat-parkeren en vergunning-parkeren terecht buiten beschouwing, omdat straat-parkeren en vergunning-parkeren niet onder de werking van (artikel 25i van) de Mw vallen. Voor zover in dit geval sprake zou zijn van een objectieve rechtvaardigingsgrond, neemt dat niet de verplichting tot het doorberekenen van de integrale kosten weg.
De uitspraak op rechtspraak.nl