Rb. Rotterdam 15 juni 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:4580

Beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar inzake een besluit voor zover dit strekt tot het aanwijzen van gemeentelijke parkeergarages als een economische activiteit die plaatsvindt in het algemeen belang als bedoeld in artikel 25h, vijfde en zesde lid, van de Mededingingswet. De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat de beslistermijn voor het nemen van een beslissing op bezwaar afliep op 11 januari 2017 en dat verweerder niet op rechtsgeldige wijze toepassing heeft gegeven aan artikel 7:10, vierde lid, aanhef en onder c, van de Awb, omdat de mededeling tot uitstel eerst plaatsvond bij brief van 13 april 2017 en daarmee na ommekomst van de (verlengde) beslistermijn, wat niet mogelijk is (vergelijk CRvB 1 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3476 en CRvB 21 maart 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:936). Gelet op de omstandigheid dat het nemen van een beslissing op bezwaar is geagendeerd voor de raadsvergadering van 5 juli 2017 en verweerder heeft aangegeven op die datum een beslissing bekend te kunnen maken, ziet de rechtbank aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:55d, derde lid, van de Awb door te bepalen dat verweerder uiterlijk op die datum een beslissing op bezwaar bekendmaakt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken