Art. 3:21 Wajong, Toekenning uitkering na intrekking of niet-toekenning
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
1. Indien de jonggehandicapte:
a. wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens afneming van arbeidsongeschiktheid op grond van artikel 3:19, eerste lid, onderdeel b, is ingetrokken; of
b. die aan het einde van de wachttijd, bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling, maar geen recht had op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering omdat hij niet arbeidsongeschikt was; na de datum van die intrekking dan wel na het bereiken van die wachttijd arbeidsongeschikt wordt, vindt toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaats, zodra die arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd.
2. Voor het bepalen van het tijdvak van vier weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Bij de vaststelling van de eerstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18 of 3:30, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.
3. De artikelen 3:5 en de daarop berustende bepalingen, 3:5a en 3:5b zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van dit artikel wordt toegekend en tevens recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet bestaat, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering uitbetaald voor zover deze het ziekengeld overtreft, danwel zou overtreffen, indien het ziekengeld op grond van artikel 45 van de Ziektewet geheel of gedeeltelijk is geweigerd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 19 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2225
- CRvB 12 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1157
- CRvB 9 oktober 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2094
- CRvB 24 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:174
- CRvB 13 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1776
- CRvB 6 februari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:205
- CRvB 6 februari 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:224
- CRvB 17 januari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:222
- CRvB 22 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4976
- CRvB 30 september 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3358
- Rb. Zeeland-West-Brabant 7 september 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:6403
- Rb. Zeeland-West-Brabant 21 februari 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:1149
- Rb. Zeeland-West-Brabant 28 februari 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:891
- Rb. Zeeland-West-Brabant 8 december 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:7455
- Rb. Overijssel 3 september 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:5413
- Rb. Gelderland 21 februari 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:825
- CRvB 5 maart 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:342
- CRvB 21 november 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2176
- CRvB 30 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2245
- CRvB 22 maart 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:636