Art. 46m Wrra, Ontslag en herplaatsing
Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra)
De rechterlijk ambtenaar kan door de Hoge Raad worden ontslagen, indien hij:
a. bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld dan wel hem bij een dergelijke uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
b. een onherroepelijke strafbeschikking opgelegd heeft gekregen wegens het plegen van een misdrijf;
c. bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, hij surseance van betaling heeft verkregen, dan wel wegens schulden is gegijzeld;
d. als raadsheer- of rechter-plaatsvervanger gedurende een termijn van twee jaar niet is opgeroepen voor het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5f, tweede lid, en gedurende die termijn evenmin aangesteld is geweest of tijdelijk is aangewezen als bedoeld in artikel 5f, eerste of derde lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1996
- HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1995
- Conclusie 23 augustus 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1236
- Conclusie 7 oktober 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1234
- HR 24 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:328
- Conclusie 23 december 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1261
- Conclusie A-G Harteveld 14 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1
- HR 26 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:1026
- HR 13 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX8887
- HR 19 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AX8884