HR 13 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX8887
Beslissing 4e kamer op vordering PG HR tot verlenging schorsing raadsheer hof i.v.m. verdenking misdrijf. Gelet op het verhandelde in de eerdere raadkamers en een brief van de OvJ inhoudend dat binnenkort tot dagvaarding van betrokkene zal worden overgegaan is de HR van oordeel dat de in het arrest van 19-12-05 genoemde grond voor verlenging van de schorsing, namelijk dat er een ernstig vermoeden is voor het bestaan van feiten of omstandigheden die tot ontslag ex art. 46m.1 Wrra zouden kunnen leiden, nog onverminderd aanwezig is. Nu bij KB aan betrokkene m.i.v. 30-4-06 ontslag is verleend en hij m.i.v. die datum geen rechterlijk ambtenaar meer zal zijn ex art. 46b Wrra, zal de HR de schorsing verlengen tot 30-4-06.
De uitspraak op rechtspraak.nl