Art. 46p Wrra, Procedure bij de Hoge Raad
Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra)
1. Het onderzoek door de Hoge Raad geschiedt in raadkamer.
2. De betrokken rechterlijk ambtenaar wordt uitgenodigd om bij het onderzoek aanwezig te zijn en daarbij, zo gewenst, zijn mening kenbaar te maken. De uitnodiging gaat vergezeld van een afschrift van de ingestelde vordering en van de daarbij gevoegde stukken.
3. De Hoge Raad kan, hetzij op verzoek van de procureur-generaal of de betrokken rechterlijk ambtenaar, hetzij ambtshalve, getuigen oproepen en horen.
4. De Hoge Raad beslist bij met redenen omkleed arrest. De uitspraak geschiedt in het openbaar.
5. De Hoge Raad doet aan het betrokken gerecht onderscheidenlijk het parket bij de Hoge Raad alsmede aan Onze Minister onverwijld mededeling van een beslissing als bedoeld in het vierde lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1996
- HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1995
- HR 5 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1962
- HR 30 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1723
- HR 29 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1123
- HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1604
- HR 24 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:328
- HR 15 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1828
- HR 7 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1019
- HR 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:262
- HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:110
- HR 22 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:778
- HR 26 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:1026
- HR 26 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:656
- HR 13 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1158
- HR 23 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1310
- HR 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:166
- HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:3363
- HR 4 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3547
- HR 11 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:927