Art. 14 Wbm, Belasting op leidingwater
Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm)
1. De belasting wordt geheven ter zake van de levering van leidingwater via een aansluiting aan de verbruiker, met dien verstande dat de belasting wordt geheven over een hoeveelheid van maximaal 50.000 kubieke meter per verbruiksperiode van twaalf maanden per aansluiting. Bij een verbruiksperiode korter dan wel langer dan twaalf maanden wordt de hoeveelheidsgrens, genoemd in de eerste volzin, naar evenredigheid verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd.
2. Als een levering als bedoeld in het eerste lid wordt niet aangemerkt de levering van leidingwater via een aansluiting op het distributienet van een afzonderlijke watervoorziening, tenzij degene die de levering verricht leidingwater levert via in totaal ten minste 1000 aansluitingen. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld voor vaststelling van het aantal aansluitingen dat bij toepassing van de eerste volzin in aanmerking wordt genomen, in het geval dat het water wordt geleverd aan een particuliere installatie voor centrale watervoorziening.
3. Bij de levering van leidingwater aan een particuliere installatie voor centrale watervoorziening wordt, in afwijking in zoverre van het eerste lid, de belasting geheven over de totale hoeveelheid geleverd water, met dien verstande dat, indien de exploitant van de installatie aan degene die het leidingwater heeft geleverd een verklaring heeft overgelegd waarin opgaaf wordt gedaan van het aantal onroerende zaken als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken dat door de installatie van water wordt voorzien, ten hoogste wordt geheven over een hoeveelheid van 50.000 kubieke meter vermenigvuldigd met dat aantal.
4. Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G VAN HILTEN 27 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BT6856
- Conclusie A-G De Wit 21 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AS4934
- HR 27 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT6856
- Rb. Haarlem 25 augustus 2006, ECLI:NL:RBHAA:2006:AY9009
- Rb. Breda 10 juli 2008, ECLI:NL:RBBRE:2008:BF0027
- Rb. Breda 4 juli 2008, ECLI:NL:RBBRE:2008:BE8916
- Rb. Arnhem 23 juli 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BJ6789
- Rb. Arnhem 21 december 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BC7704
- Conclusie A-G VAN HILTEN 10 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BR7042
- Conclusie A-G VAN HILTEN 26 maart 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BG5390
- Conclusie A-G VAN HILTEN 21 mei 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BG5382
- Conclusie A-G VAN HILTEN 21 mei 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BG5375
- Conclusie A-G VAN HILTEN 9 april 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BG5296
- Conclusie A-G De Wit 21 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AS5034
- Conclusie A-G De Wit 21 april 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AS4938
- HR 10 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BR7042
- Hof Leeuwarden 11 mei 2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:BM4231
- Hof Arnhem 29 juni 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BN1388
- Hof Arnhem 11 december 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BC5112
- Hof Amsterdam 17 februari 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BP5126