Hof Leeuwarden 11 mei 2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:BM4231

Ten aanzien van de naheffingsaanslagen is, naast het antwoord op de onder 3.3 genoemde vragen, het antwoord op de volgende vragen in geschil: Moeten de naheffingsaanslagen worden vernietigd omdat deze ten onrechte op naam van belanghebbende zijn gesteld? Is het matig composteerbare GFT-afval aan te merken als vrijgesteld GFT-afval, zoals belanghebbende bepleit en de inspecteur weerspreekt? Indien de voorgaande vraag ontkennend moet worden beantwoord: is bij belanghebbende het in rechte te beschermen vertrouwen gewekt dat het matig composteerbare GFT-afval als vrijgesteld GFT-afval zou worden aangemerkt? Kan van het matig composteerbare GFT-afval 35 procent buiten de heffing blijven, zoals belanghebbende stelt en de inspecteur weerspreekt? Ten aanzien van de naheffingsaanslag voor de jaren 1998 en 1999 verschillen partijen voorts van mening over de volgende vragen: Is het binnen de inrichting brengen van grond en glasvezelrestanten aan te merken als een belastbare afgifte van afvalstoffen, zoals de inspecteur stelt en belanghebbende weerspreekt? Indien de voorgaande vraag bevestigend moet worden beantwoord: is bij belanghebbende in rechte te beschermen vertrouwen gewekt dat heffing van afvalstoffenbelasting over de grond en de glasvezelrestanten achterwege zou blijven? Zijn de glasvezelrestanten aan belanghebbende afgegeven, nu zij door de inrichter van de stortvakken de inrichting zijn binnengebracht? Is de grond binnen de inrichting gebracht, nu zij is toegepast buiten de folielaag? Valt de ONF onder de vrijstelling voor GFT-afval? Valt de ONF onder het tarief voor storten van brandbaar afval? Doet belanghebbende terecht een beroep op hetgeen is vermeld in de onder 2.12.4 aangehaalde brief van het ministerie van Financiën aan Q? Met betrekking tot de beschikking verhoudingsgetal zijn partijen verdeeld over het antwoord op de hierna genoemde vragen: Heeft de inspecteur terecht afwijzend beslist op het door belanghebbende met dagtekening 26 maart 1998 gedane verzoek om een verhoudingsgetal vast te stellen? Indien de voorgaande vraag ontkennend moet worden beantwoord: kan in beroep alsnog een verhoudingsgetal worden vastgesteld en zo ja, hoe dient dit te worden berekend en op welke datum dient dit in te gaan?

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen