Rb. Breda 4 juli 2008, ECLI:NL:RBBRE:2008:BE8916

Afvalstoffenbelasting Belanghebbende is houder van een stortplaats. Op deze stortplaats worden afvalstoffen aangewend voor bijvoorbeeld eindafwerking van de stortplaats. In geschil is het antwoord op de vraag of de inspecteur terecht aan belanghebbende de vergunning verhoudingsgetal ter zake van de nuttige toepassing van afvalstoffen (ex artikel 18b, derde lid Wbm) heeft geweigerd. De rechtbank is van oordeel dat ook het nuttig toepassen van afvalstoffen op de stortplaats onder het begrip “storten” in de zin van artikel 12, eerste lid, onderdeel b Wbm, dient te worden begrepen, zodat de vergunning terecht is geweigerd. De afvalstoffen zullen de stortplaats immers niet weer verlaten. Het beroep van belanghebbende op de wetsgeschiedenis en jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie kan haar niet baten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen