Rb. Zeeland-West-Brabant 10 juli 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:4785

Dividendbelasting internationaal / de op de zaak betrekking hebbende stukken Belanghebbende is een trust die is opgericht naar het recht van de Verenigde Staten, alwaar hij ook is gevestigd. Belanghebbende heeft van Nederlandse (beursgenoteerde) vennootschappen bruto dividenden ontvangen. Belanghebbende kocht de aandelen kort vóór de record date en verkocht deze na de uitkering van dividenden weer terug. Het risico op waardeverandering van de aandelen werd afgedekt met ‘price return swaps’. De inspecteur heeft ter zake van deze dividenduitkeringen dividendbelasting nageheven. In een tussenuitspraak had de rechtbank geoordeeld dat de inspecteur een op de zaak betrekking hebbend stuk niet had ingebracht, zodat hij artikel 8:42 van de Awb had geschonden. Hieraan verbindt de rechtbank geen gevolgen omdat de inspecteur het stuk vervolgens alsnog heeft ingebracht en belanghebbende hierop schriftelijk heeft gereageerd. Ten aanzien van andere stukken wordt evenmin een gevolg verbonden aan niet-overlegging door de inspecteur omdat belanghebbende zelf over deze stukken beschikt of deze (heeft) kunnen verkrijgen en deze stukken niet van belang zijn voor de beslechting van de geschilpunten omdat de voorwaardelijke stelling die belanghebbende met de betreffende stukken wil onderbouwen tardief is verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat hij is aan te merken als een vrijgesteld pensioenfonds in de zin van artikel 35 van het Belastingverdrag met de Verenigde Staten. Daarnaast heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat belanghebbende zijn voordelen heeft behaald met bedrijfsmatige activiteiten. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken