Art. 181 WVW, Strafbepalingen
1. Indien een bij of krachtens deze wet als overtreding strafbaar gesteld feit wordt begaan door een bij de ontdekking van het feit onbekend gebleven bestuurder van een motorrijtuig, kunnen de op het feit gestelde straffen worden opgelegd aan de eigenaar of houder van dat motorrijtuig voor zover deze niet reeds naast de bestuurder voor dat feit aansprakelijk is.
2. Het eerste lid geldt bij een strafbeschikking niet, indien de eigenaar of houder:
a. voor het uitvaardigen van de strafbeschikking de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend heeft gemaakt,
b. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
3. Het eerste lid geldt bij berechting niet, indien de eigenaar of houder:
a. binnen twee weken na daartoe door een der in artikel 159 bedoelde personen in de gelegenheid te zijn gesteld dan wel bij het instellen van verzet tegen een strafbeschikking, de naam en het volledige adres van de bestuurder heeft bekend gemaakt;
b. uiterlijk op de dag vóór die der terechtzitting, schriftelijk en onder vermelding van de zaak en de dag der terechtzitting, de naam en het volledige adres van de bestuurder aan het openbaar ministerie bekend maakt;
c. tijdens de terechtzitting, dadelijk na de ondervraging, bedoeld in artikel 273, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt;
d. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
4. Op straffe van nietigheid wijst de dagvaarding op het derde lid, onderdelen b en c. De strafbeschikking wijst de verdachte op de mogelijkheid bij het instellen van verzet gegevens te verstrekken die tot toepassing van het derde lid, onderdeel a of d, kunnen leiden.
5. Gelet op artikel 10 van de Algemene verordening gegevensbescherming kunnen door de eigenaar of houder persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming worden verwerkt die betrekking hebben op de bestuurder, dan wel eigenaar of houder van het motorrijtuig, voor zover die verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van dit artikel en het verhaal van de straf op de bestuurder.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 13 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC8791
- HR 25 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:69
- HR 12 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3568
- Rb. Noord-Holland 1 februari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:587
- Conclusie A-G Knigge 29 september 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI7044
- HR 9 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:838
- HR 13 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ3677
- HR 15 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9414
- Hof Arnhem-Leeuwarden 30 mei 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:4961
- Rb. Limburg 4 september 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:6149
- Rb. Limburg 31 januari 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:483
- Rb. Gelderland 10 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:2831
- Rb. Amsterdam 28 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:526
- Conclusie A-G Spronken 1 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:975
- Conclusie A-G Bleichrodt 21 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:49
- Conclusie A-G Machielse 7 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:326
- Conclusie A-G Harteveld 21 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1453
- Conclusie A-G Aben 5 september 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1059
- Conclusie A-G Aben 2 september 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1946
- Conclusie A-G Vellinga 19 maart 2013, ECLI:NL:PHR:2013:110