HR 12 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3568
Herzieningsaanvrage. Aanvrager is veroordeeld t.z.v. overtreding van art. 20, aanhef en sub a RVV 1990, en stelt in de aanvrage dat deze overtreding niet door hem maar door een ander is begaan. Ex art. 181.1 WVW 1994 kan indien de bestuurder onbekend is gebleven de straf worden uitgesproken tegen de eigenaar of houder van het motorrijtuig voorzover deze niet reeds naast de bestuurder voor dat feit aansprakelijk is. Art. 181.2 WVW 1994 bepaalt dat lid 1 niet geldt indien de eigenaar of houder uiterlijk ter terechtzitting (in eerste aanleg, HR NJ 2000, 24) de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt. Met dit stelsel is niet verenigbaar dat degene die met toepassing van art. 181.1 WVW 1994 is veroordeeld in herziening met vrucht een beroep zou kunnen doen op de omstandigheid dat het motorvoertuig t.t.v. de overtreding door een met name genoemd persoon is bestuurd.
De uitspraak op rechtspraak.nl