Art. 69a Besluit algemene rechtspositie politie, Overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar
Besluit algemene rechtspositie politie
1. Indien de ambtenaar wegens de uitoefening van de werkzaamheden aansprakelijk wordt gesteld naar burgerlijk recht, als verdachte wordt aangemerkt naar strafrecht of geweld heeft gebruikt en ten aanzien van dat geweldgebruik een feitenonderzoek als bedoeld in artikel 511a van het Wetboek van Strafvordering is ingesteld, kent het bevoegd gezag diegene een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp toe, tenzij diegene naar het oordeel van het bevoegd gezag opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk of bewust roekeloos heeft gehandeld, of grof nalatig is geweest.
2. Indien de ambtenaar een vordering instelt op grond van onrechtmatige daad, jegens hem gepleegd wegens de uitoefening van de werkzaamheden, kent het bevoegd gezag hem een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp toe, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat de vordering kennelijk onvoldoende grond heeft of kennelijk onredelijk is.
3. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de rechtskundige hulp aan de ambtenaar is verleend, op grond van zijn lidmaatschap, door een centrale of een vereniging als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994, met dien verstande dat de tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp rechtstreeks wordt betaald aan voornoemde centrale of vereniging.
4. Het bevoegd gezag kan verdere tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp staken of de tegemoetkoming in de kosten van de rechtskundige hulp terugvorderen, indien
a de aan een derde toegebrachte schade blijkens rechterlijk vonnis het gevolg is van opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk of bewust roekeloos handelen van de ambtenaar, of
b indien de ambtenaar strafrechtelijk wordt veroordeeld.
5. In bijzondere gevallen, gelet op de aard van de zaak of de omstandigheden van de ambtenaar, kan het bevoegd gezag, overwegend dat de handeling geen gevolg is van de taakuitoefening van de ambtenaar, besluiten tot een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp.
6. Onze Minister stelt nadere regels vast met betrekking tot tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 4 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1428
- ABRvS 19 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1975
- Hof 's-Hertogenbosch 3 november 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:4602
- Rb. Amsterdam 28 november 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BY8627
- Hof Arnhem 16 juni 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BU3097
- Hof Amsterdam 7 juli 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2802
- Rb. Amsterdam 25 april 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:2716
- Rb. Midden-Nederland 24 oktober 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:5320
- Conclusie A-G Machielse 12 mei 2015, ECLI:NL:PHR:2015:924
- Hof Den Haag 14 november 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:4020
- Rb. 's-Gravenhage 8 december 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK6641
- Rb. Rotterdam 9 februari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:2036
- Rb. Rotterdam 2 augustus 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BY1314
- Rb. Rotterdam 8 december 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BU7522
- Rb. Noord-Holland 6 januari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:519
- Rb. Noord-Holland 6 januari 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:518
- Rb. Noord-Holland 6 maart 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:1862
- Rb. Noord-Holland 6 maart 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:1861
- Rb. Maastricht 21 november 2008, ECLI:NL:RBMAA:2008:BG6536
- Rb. Den Haag 21 december 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:16504