Art. 4 Besluit algemene rechtspositie politie, Aanstelling
Besluit algemene rechtspositie politie
1. Een aanstelling van een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en een vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, kan in tijdelijke dienst plaatsvinden:
a. voor een proeftijd van één jaar, zonodig in bijzondere gevallen op aanvraag van de ambtenaar met één jaar te verlengen en zonodig ambtshalve te verlengen met de tijd, gedurende welke de ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht;
b. ter vervanging van een wegens ziekte of uit anderen hoofde afwezige ambtenaar, met dien verstande dat de vrijwillige ambtenaar slechts een andere vrijwillige ambtenaar kan vervangen;
c. ter uitvoering van werkzaamheden van kennelijk tijdelijk karakter;
d. indien het een ambtenaar betreft die in dienst wordt genomen als leerling ter opleiding tot een functie binnen de politieorganisatie dan wel in verband met zijn verdere praktische opleiding of vorming, of
e. indien een wijziging in de taak van het betrokken dienstvak is voorgenomen;
f. indien de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt;
g. voor een andere dan in onderdeel a tot en met f genoemde reden.
2. Zodra de omstandigheid die leidde tot een aanstelling in tijdelijke dienst als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, d en e, zich niet meer voordoet, wordt de desbetreffende ambtenaar zo mogelijk in vaste dienst aangesteld.
3. In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en g, wordt de ambtenaar in vaste dienst aangesteld vanaf de dag waarop:
a. aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd en een periode van 36 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben overschreden;
b. meer dan drie aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van ten hoogste zes maanden.
4. Over een tijdelijke aanstelling op grond van het eerste lid, onderdeel g, voor een functie in het domein uitvoering, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling vaststelling LFNP, wint het bevoegd gezag vooraf een advies in van een door hem in te stellen paritaire commissie.
5. Indien het advies, bedoeld in het vierde lid, niet positief is, kan de in het eerste lid bedoelde aanstelling slechts plaatsvinden indien hierover in het overleg GOKB, bedoeld in artikel 1 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994, overeenstemming is bereikt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 23 januari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:142
- CRvB 15 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:40
- CRvB 12 januari 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:71
- CRvB 16 april 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1232
- CRvB 26 augustus 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AR1384
- ABRvS 27 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1664
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 oktober 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:5327
- Rb. Utrecht 11 november 2008, ECLI:NL:RBUTR:2008:BG4146
- Rb. 's-Gravenhage 23 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0600
- Rb. Noord-Nederland 5 juni 2013, ECLI:NL:RBNNE:2013:CA2267
- Rb. Noord-Nederland 5 juni 2013, ECLI:NL:RBNNE:2013:CA2266
- Rb. Limburg 2 april 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:2571
- Rb. Haarlem 10 juli 2007, ECLI:NL:RBHAA:2007:BB1013
- Rb. Den Haag 6 oktober 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:10113
- Rb. Breda 2 september 2009, ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ7637
- Rb. Arnhem 18 januari 2006, ECLI:NL:RBARN:2006:AV0513
- CRvB 28 juli 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1773
- CRvB 28 april 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1557
- CRvB 13 augustus 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5649
- CRvB 10 mei 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA5916