CRvB 13 augustus 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5649
Niet verlengen tijdelijk dienstverband. De rechtbank heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Op het moment van instellen van dit beroep was de bij uitspraak van 17 april 2007 gestelde beslistermijn van zes weken immers nog niet verstreken, zodat het beroep prematuur was. Volgens vaste rechtspraak van de Raad (bijvoorbeeld CRvB 5 juni 2003, LJN AH9041 en TAR 2003, 171) vloeit uit de omstandigheid dat een ambtenaar in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd is aangesteld voort dat het bestuursorgaan niet gehouden is die aanstelling na afloop van de gestelde termijn te verlengen of om te zetten in een vaste aanstelling, tenzij er een verplichting bestaat tot voortzetting van het dienstverband, dan wel het niet verlengen in strijd zou komen met enige regel van ongeschreven recht. Mede tegen de achtergrond van de beperkte eisen die aan de motivering van een besluit tot niet-verlenging worden gesteld, is de Raad in dit geval niet gebleken dat geen toereikende grondslag voor het niet-verlengen van het dienstverband van appellant zou bestaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl