CRvB 15 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:40
Geen vaste aanstelling. De korpschef heeft in redelijkheid kunnen besluiten appellante geen vaste aanstelling te verlenen. Nu de reorganisatie van de politie was voorzien per 1 januari 2013 is het aannemelijk dat in augustus 2012 reeds vergevorderde plannen bestonden de formatie aanzienlijk te verkleinen. Deze plannen zijn op een later moment ook nader geconcretiseerd, zo blijkt uit het door de korpschef in hoger beroep ingediende formatieoverzicht uit het inrichting- en realisatieplan. Dat de reorganisatie achteraf bezien meer tijd in beslag heeft genomen dan voorzien, maakt niet dat de korpschef destijds niet in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen appellante niet in vaste dienst aan te stellen. De omstandigheid, zoals appellante heeft aangevoerd, dat haar werkzaamheden niet zijn vervallen is in dit verband niet van doorslaggevende betekenis, nu bepalend is dat de werkzaamheden gedaan moeten worden met minder formatie. Ook heeft de korpschef bij de belangenafweging gewicht kunnen toekennen aan de mogelijkheid de formatieplaats van appellante te gebruiken voor verwachte toekomstige herplaatsingskandidaten, die wel in vaste dienst zijn aangesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl