Art. 34 BIG, Bepalingen inzake de beroepen
Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG)
1. Bij algemene maatregel van bestuur kan ter bevordering van een goede uitoefening van individuele gezondheidszorg de opleiding tot een bij de maatregel aangewezen beroep worden geregeld of aangewezen.
2. Indien toepassing wordt gegeven aan het eerste lid, wordt tevens bij de maatregel het gebied van deskundigheid omschreven van personen die de krachtens het eerste lid geregelde of aangewezen opleiding hebben voltooid. Bij of krachtens de maatregel kunnen geneesmiddelen worden aangewezen waarvan het toedienen tot het deskundigheidsgebied behoort van personen, die de krachtens het eerste lid geregelde of aangewezen opleiding hebben voltooid, en kan apparatuur worden aangewezen waarvan het gebruik tot het deskundigheidsgebied behoort van personen, die de krachtens het eerste lid geregelde of aangewezen opleiding hebben voltooid.
3. Aan degenen die de krachtens het eerste lid geregelde of aangewezen opleiding tot dat beroep hebben voltooid, is het recht voorbehouden een bij algemene maatregel van bestuur aangegeven titel te voeren.
4. Het is degene wie het recht tot het voeren van een krachtens het derde lid geregelde titel niet toekomt, verboden deze titel, een daarop gelijkende benaming dan wel een op die titel betrekking hebbend onderscheidingsteken, aangegeven met toepassing van artikel 93 of daarmee in hoofdzaak overeenstemmend, te voeren.
5. Voor zover het vierde lid, en de artikelen 4, tweede lid, 17, tweede lid, en 36a, derde lid, tweede volzin, een verbod inhouden op het voeren van een titel, is dat verbod niet van toepassing in het geval dat een beroepsbeoefenaar aan wie op grond van artikel 12, eerste lid, van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties gedeeltelijke toegang is verleend tot een beroep als bedoeld in het eerste lid, zijn beroepswerkzaamheden uitoefent onder de beroepstitel van zijn staat van herkomst of oorsprong.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 28 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:679
- Rb. Rotterdam 19 juni 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:4751
- Rb. Gelderland 30 juni 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:3269
- Hof Arnhem-Leeuwarden 30 april 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:3037
- CBb 21 april 2020, ECLI:NL:CBB:2020:299
- Conclusie A-G Ibili 9 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:515
- CBb 25 februari 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BP6915
- CBb 17 december 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BP0452
- Rb. Zeeland-West-Brabant 16 september 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:6382
- Rb. Rotterdam 13 april 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7864
- Rb. Rotterdam 21 februari 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:1268
- Rb. Den Haag 20 november 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:16263
- Rb. Amsterdam 2 maart 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:1942
- Rb. Amsterdam 10 november 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1456
- Conclusie A-G Knigge 17 januari 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU8074
- HR 15 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4327
- Hof Den Haag 8 februari 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ2058
- Hof Arnhem 20 december 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:AU9208
- Hof Arnhem-Leeuwarden 15 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1140
- CBb 17 juni 2014, ECLI:NL:CBB:2014:223