Rb. Midden-Nederland 8 februari 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:581

Verweerder (de Inspecteur voor de Gezondheidszorg) heeft aan verzoeker op grond van artikel 87a van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) een bevel opgelegd. Het bevel is gebaseerd op artikel 40, eerste lid, van de Wet BIG en houdt in dat verzoeker geen werkzaamheden meer mag verrichten als verpleegkundige, totdat de tuchtrechter zich heeft uitgesproken over het handelen van verzoeker. Verweerder heeft tevens besloten tot openbaarmaking van dit bevel. De voorzieningenrechter is van oordeel dat artikel 40, eerste lid, van de Wet BIG, gelet op de tekst van die bepaling gelezen in samenhang met de memorie van toelichting bij de Kwaliteitswet zorginstellingen, alleen geldt voor solistisch werkzame beroepsbeoefenaren. Nu verzoeker zijn beroep enkel binnen instellingen heeft uitgeoefend en hij ten tijde van het opleggen van het bevel in het geheel niet meer werkzaam was, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweer niet bevoegd was om aan verzoeker onderhavig bevel op te leggen. De enkele BIG-registratie is daarvoor onvoldoende. De voorzieningenrechter schorst het bevel en het besluit tot actieve openbaarmaking van dat bevel, totdat de rechtbank op het beroep heeft beslist.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken