CBb 21 april 2020, ECLI:NL:CBB:2020:299

Wet marktordening gezondheidszorg. Overtreding van art. 35 (het in rekening brengen van een tarief voor een niet geldige prestatie dan wel het in rekening brengen van een hoger tarief dan door NZa is vastgesteld) en van art. 36 (het voeren van een administratie waaruit niet blijkt welke prestaties zijn geleverd en/of welke tarieven in rekening zijn gebracht) door een tandprotheticus bij gebitsprothesebehandelingen. NZa heeft daarvoor boetes opgelegd. In verweer voerde de tandprotheticus onder meer aan dat in het verleden in een afzonderlijke BV de tandtechnische werkzaamheden werden uitgevoerd. Toen hij de werkzaamheden van die BV overnam en voortzette in de door hem opgerichte eenmanszaak heeft hij zich niet gerealiseerd dat het vervaardigen van de prothesen juridisch gezien dan niet meer door een “afzonderlijke vennootschap” werd verricht. Ook voerde de tandprotheticus aan dat de boete op een te hoog bedrag was vastgesteld, namelijk aan de hand van de omzet van de eenmanszaak terwijl de opbrengsten daaruit ook aan anderen ten goede kwamen. Het College oordeelt dat rechtbank Rotterdam het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. Bevestiging aangevallen uitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken