Art. 7:911 BW, Franchise
Burgerlijk Wetboek Boek 7 (BW7)
1. De franchiseovereenkomst is de overeenkomst waarbij de franchisegever aan een franchisenemer tegen vergoeding het recht verleent en de verplichting oplegt om een franchiseformule op de door de franchisegever aangewezen wijze te exploiteren voor de productie of verkoop van goederen dan wel het verrichten van diensten.
2. In deze titel wordt verstaan onder:
a. franchiseformule: operationele, commerciële en organisatorische formule voor de productie of verkoop van goederen dan wel het verrichten van diensten, die bepalend is voor een uniforme identiteit en uitstraling van de franchiseondernemingen binnen de keten waar deze formule wordt toegepast, en die in ieder geval omvat:
1°. een handelsmerk, model of handelsnaam, huisstijl of tekening; en
2°. knowhow, zijnde een geheel van niet door een intellectueel eigendomsrecht beschermde praktische informatie, voortvloeiend uit de ervaring van de franchisegever en uit de door hem uitgevoerde onderzoeken, welke informatie geheim, wezenlijk en geïdentificeerd is;
b. afgeleide formule: operationele, commerciële en organisatorische formule die
1°. bepalend is voor een uniforme identiteit en uitstraling van de ondernemingen waar deze formule wordt toegepast;
2°. in een of meer voor het publiek kenbare, onderscheidende kenmerken overeenstemt met een franchiseformule; en die
3°. rechtstreeks of via derden door een franchisegever wordt gebruikt voor de productie of verkoop van goederen dan wel het verrichten van diensten, die geheel of grotendeels hetzelfde zijn als de goederen of diensten waarop de onder 2° bedoelde franchiseformule ziet;
c. franchisegever: natuurlijke persoon of rechtspersoon die rechthebbende is op of gebruiksgerechtigde is van een franchiseformule en in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf anderen het recht verleent deze formule mede te exploiteren;
d. franchisenemer: natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf voor eigen rekening en risico een franchiseformule exploiteert.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Noord-Holland 8 januari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:43
- Rb. Amsterdam 24 mei 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:4851
- Hof Amsterdam 18 maart 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:673
- Rb. Rotterdam 17 maart 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2760
- Rb. Rotterdam 15 mei 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4598
- Rb. Rotterdam 22 december 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:13108
- Rb. Overijssel 17 augustus 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:2385
- Rb. Noord-Holland 8 juli 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:7910
- Rb. Midden-Nederland 10 maart 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1235
- Rb. Limburg 28 juli 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:6107
- Rb. Den Haag 1 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18604
- Rb. Den Haag 1 mei 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:7220
- Rb. Den Haag 25 oktober 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:20322
- Rb. Amsterdam 1 augustus 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:8010
- Rb. Amsterdam 27 juli 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:4314
- Rb. Amsterdam 19 mei 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:3439
- Conclusie A-G van Peursem 22 mei 2026, ECLI:NL:PHR:2026:506
- Conclusie A-G van Peursem 31 mei 2024, ECLI:NL:PHR:2024:591
- Conclusie A-G van Peursem 31 mei 2024, ECLI:NL:PHR:2024:590
- Conclusie A-G van Peursem 31 mei 2024, ECLI:NL:PHR:2024:589