Rb. Midden-Nederland 10 maart 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1235

De voorzieningenrechter acht het onvoldoende waarschijnlijk dat een bodemrechter zal oordelen dat het non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst onmisbaar is om de door franchisegever genoemde knowhow te beschermen en het beding geldig zal achten. Franchisenemer mag dus doorgaan met het uitbaten van zijn onderneming met dezelfde activiteit als tijdens de franchiseovereenkomst. Franchisenemer mag geen gebruik meer maken van de handelsnaam en het merk van franchisegever en ook niet van alle stijlelementen die deel uitmaken van het franchiseconcept. De nieuwe handelsnaam en het nieuwe logo van franchisenemer maken geen inbreuk op de handelsnaam en het merk van franchisegever. Franchisenemer mag dus onder die naam en dat logo doorgaan. Wél moet franchisenemer alle stijlelementen en het merk/de handelsnaam van franchisegever uit zijn zaak verwijderen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken