Art. 8:1060 BW, Beperking van aansprakelijkheid van eigenaren van binnenschepen
1. De eigenaar van een binnenschip en de hulpverlener kunnen door het stellen van één of meer fondsen als bedoeld in artikel 642c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering hun aansprakelijkheid beperken voor de in artikel 1062 genoemde vorderingen.
2. Onder eigenaar worden in deze titel mede verstaan de huurder of bevrachter aan wie het schip voor eigen gebruik ter beschikking gesteld wordt, alsmede de exploitant van een schip.
3. Onder hulpverlener wordt in deze titel een ieder verstaan die werkzaamheden verricht in onmiddellijk verband met hulpverlening, waaronder in deze titel mede worden verstaan de in artikel 1062, eerste lid, onder d, e en f, genoemde werkzaamheden of maatregelen.
4. Onder binnenschepen worden in deze titel mede verstaan draagvleugelboten, veerponten en kleine vaartuigen, baggermolens, drijvende kranen, elevatoren en alle andere drijvende en verplaatsbare werktuigen, pontons of materiaal van soortgelijke aard, die voldoen aan de in de artikelen 1 en 3 van dit boek ten aanzien van binnenschepen vermelde vereisten.
5. Een binnenschip in aanbouw wordt voor de toepassing van deze titel mede als binnenschip aangemerkt van het ogenblik af dat de stapelloop aanvangt. Een luchtkussenvoertuig en een schip dat als bouwwerk als bedoeld in de Omgevingswet wordt aangemerkt, worden voor de toepassing van deze titel niet als binnenschip aangemerkt.
6. Onder gevaarlijke stof wordt in deze titel en de daarop gebaseerde regelgeving verstaan de stof die als zodanig bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen; de aanwijzing kan worden beperkt tot bepaalde concentraties van de stof, tot bepaalde in de algemene maatregel van bestuur te omschrijven gevaren die aan de stof verbonden zijn, en tot bepaalde daarin te omschrijven situaties waarin de stof zich bevindt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Amsterdam 24 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2003
- Rb. Rotterdam 20 oktober 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:9830
- Hof Den Haag 15 mei 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1114
- Rb. Rotterdam 24 april 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:5271
- Rb. Rotterdam 8 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:14441
- Rb. Rotterdam 25 maart 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:3041
- Rb. Rotterdam 24 december 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:13428
- Rb. Rotterdam 11 december 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:12919
- Rb. Rotterdam 9 februari 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:1024
- Rb. Rotterdam 4 mei 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:3722
- Rb. Rotterdam 4 mei 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:3721
- Rb. Rotterdam 21 september 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:10684
- Rb. Rotterdam 13 juni 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:7940
- Rb. Rotterdam 20 maart 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:2413
- Rb. Rotterdam 22 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:4164
- Conclusie A-G Snijders 28 maart 2025, ECLI:NL:PHR:2025:390
- Conclusie A-G de Bock 22 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:368
- Hof 's-Gravenhage 30 augustus 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BS1135
- Hof 's-Gravenhage 28 april 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ3019