Art. 642a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Wie op grond van artikel 750, artikel 751, artikel 1060 of artikel 1061 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek een beroep wil doen op beperking van zijn aansprakelijkheid, verzoekt de rechtbank Rotterdam het bedrag of de bedragen vast te stellen waartoe zijn aansprakelijkheid is beperkt (het bedrag van het fonds of de fondsen), en te bevelen dat tot een procedure ter verdeling van een te stellen fonds wordt overgegaan.
2. Het verzoek vermeldt: De verzoeker doet in het verzoekschrift een voorstel omtrent de wijze waarop hij fonds denkt te stellen.
a. de naam van het schip;
b. wanneer het een zeeschip betreft de nationaliteit daarvan en wanneer het een zeevissersschip of een binnenschip betreft zo mogelijk de plaats waarin het kantoor waar het schip te boek staat, is gelegen;
c. de naam en de woonplaats van de verzoeker;
d. het bedrag dat naar het oordeel van de verzoeker het fonds of de fondsen belopen, en de gegevens noodzakelijk ter berekening hiervan;
e. de dag en de plaats van het voorval dat aanleiding gaf tot de vorderingen ten aanzien waarvan de verzoeker zijn aansprakelijkheid meent te kunnen beperken alsmede een omschrijving daarvan;
f. de naam en de woonplaats van de aan de verzoeker bekende personen tegenover wie hij meent zich op beperking van zijn aansprakelijkheid te kunnen beroepen met een schatting van het maximum-bedrag van ieders vordering.
3. Het indienen van een verzoek als in dit artikel bedoeld, vormt niet een erkenning van aansprakelijkheid.
4. De behandeling geschiedt op de dag en de tijd die door de griffier aan de in het tweede lid onder f bedoelde personen worden medegedeeld. Bovendien doet de griffier van het verzoek aankondiging in één of meer door de rechtbank mogelijkerwijs aan te wijzen nieuwsbladen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 29 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:956
- Conclusie A-G Hartlief 9 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:205
- Rb. Rotterdam 9 november 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:9174
- Rb. Rotterdam 21 december 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:10263
- Hof Amsterdam 24 mei 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2003
- Rb. Rotterdam 20 oktober 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:9830
- Rb. Rotterdam 15 februari 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:10357
- Hof 's-Gravenhage 30 november 2006, ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ3412
- Hof Den Haag 19 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:346
- Rb. Rotterdam 6 september 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:7912
- Rb. Den Haag 18 december 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:13009
- Conclusie A-G Vlas 2 juli 2021, ECLI:NL:PHR:2021:678
- Conclusie A-G Vlas 20 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1365
- Hof 's-Gravenhage 30 december 2008, ECLI:NL:GHSGR:2008:BG9418
- Hof Den Haag 3 september 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1802
- Hof Den Haag 19 februari 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:345
- Hof Den Haag 28 augustus 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2926
- Hof Amsterdam 15 november 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:4632
- Rb. Rotterdam 16 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:7478
- Rb. Rotterdam 24 april 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:5271