Art. 23 RVV, Stilstaan

Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

1. De bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan:

a. op een kruispunt of een overweg;

b. op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook;

c. op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan;

d. in een tunnel;

e. bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering dan wel, ingeval die markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het bord;

f. op de rijbaan langs een busstrook en

g. langs een gele doorgetrokken streep.

2. Onderdeel e van het eerste lid geldt niet voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers.

Uitspraken die dit artikel aanhalen