Art. 5 Gratw
1. Naar aanleiding van een verzoekschrift kan Onze Minister omtrent de veroordeelde inlichtingen inwinnen bij de daarvoor in aanmerking komende autoriteiten, instellingen of personen. Deze verlenen daaraan hun medewerking.
2. Onze Minister kan, indien daartoe naar zijn oordeel aanleiding bestaat, de veroordeelde horen.
3. Onze Minister stelt op basis van de door de verzoeker verstrekte gegevens en de ingevolge het eerste en tweede lid ingewonnen informatie een verslag van bevindingen op.
4. In de gevallen waarin het verzoekschrift betrekking heeft op een vonnis of arrest dat is gewezen door de meervoudige kamer of waarbij het openbaar ministerie een advies als bedoeld in artikel 6:1:10 van het Wetboek van Strafvordering heeft gegeven, zendt Onze Minister het verzoekschrift en zijn verslag van bevindingen naar het openbaar ministerie voor advies. Het openbaar ministerie legt zijn advies neer in een verslag en zendt de stukken vervolgens aan het in artikel 4 aangewezen gerecht.
5. In de overige gevallen zendt Onze Minister het verzoekschrift met zijn verslag van bevindingen rechtstreeks aan het in artikel 4 aangewezen gerecht.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 8 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:6330
- Hof Den Haag 1 september 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1573
- Conclusie A-G Langemeijer 10 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:709
- Rb. Den Haag 12 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:8377
- Rb. Den Haag 18 september 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:11541
- Hof Den Haag 25 april 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:926
- Rb. Den Haag 17 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14556
- Rb. Den Haag 24 juni 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:6270
- Rb. Den Haag 18 december 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:18072
- Conclusie A-G Snijders 6 september 2024, ECLI:NL:PHR:2024:902
- Conclusie A-G Snijders 6 september 2024, ECLI:NL:PHR:2024:901
- Conclusie A-G Snijders 30 augustus 2024, ECLI:NL:PHR:2024:850
- HR 23 september 2003, ECLI:NL:HR:2003:AG3621
- Hof 's-Gravenhage 30 juni 2000, ECLI:NL:GHSGR:2000:AA6305