Art. 34 IOAZ, Rechten en plichten
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)
1. Het college is verantwoordelijk voor:
a. het verlenen van een uitkering aan de gewezen zelfstandige, bedoeld in artikel 2;
b. het ontwikkelen van beleid ten behoeve van het verrichten van een tegenprestatie als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, en het uitvoeren ervan, overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel e.
2. Het college kan de uitvoering van deze wet, behoudens de vaststelling van de rechten en plichten van de belanghebbende en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door derden laten verrichten. Het college kan de in de eerste volzin bedoelde vaststelling en beoordeling mandateren aan bestuursorganen.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tweede lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 13 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4628
- ABRvS 26 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2047
- ABRvS 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1478
- ABRvS 30 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2324
- ABRvS 8 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2625
- ABRvS 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3896
- ABRvS 26 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2017
- ABRvS 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:841
- ABRvS 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:490
- ABRvS 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1553
- ABRvS 11 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1371
- ABRvS 23 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1675
- Rb. Zeeland-West-Brabant 25 november 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:7143