ABRvS 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:841
Bij besluit van 10 juli 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen bepaald dat [appellante] geen recht heeft op kinderopvangtoeslag over 2016 en de toeslag per 1 januari 2016 stopgezet. [appellante] heeft in 2016 voorschotten kinderopvangtoeslag ontvangen voor de opvang van haar twee kinderen in een buitenschoolse opvang. De Belastingdienst/Toeslagen heeft aan zijn besluiten van 10 juli, 10 augustus en 29 oktober 2018 ten grondslag gelegd dat [appellante] in 2016 geen inkomsten had uit werk en geen traject naar werk heeft gevolgd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 52e ZW
- Artikel 65g WAO
- Artikel 34 IOAW
- Artikel 34 IOAZ
- Artikel 3:41 Awb
- Artikel 67e WAZ
- Artikel 2:24 Wajong
- Artikel 3:69 Wajong
- Artikel 3.78 Wet IB 2001
- Artikel 30a SUWI
- Artikel 7 Participatiewet
- Artikel 76 Participatiewet
- Artikel 76a Participatiewet
- Artikel 1.6 Wko
- Artikel 16 Awir
- Artikel 37 WIA
- Artikel 42 WIA
- Artikel 82 WIA