Art. 17 BBRA, Bepalingen betreffende toelagen
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (BBRA)
1. Aan de ambtenaar, die anders dan bij wijze van overwerk, regelmatig of vrij regelmatig arbeid verricht op andere tijden dan op de dagen maandag tot en met vrijdag tussen 8 en 18 uur, wordt een toelage toegekend.
2. De toelage bedraagt per gewerkt uur een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur en wel met dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het salaris behorende bij salarisnummer 10 van salarisschaal 7.
a. 20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 6 en 8 uur en tussen 18 en 22 uur;
b. 40% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 0 en 6 uur en tussen 22 en 24 uur;
c. 70% voor de uren op zaterdag;
d. 70% voor de uren op zondag;
e. 100% voor de uren op de feestdagen genoemd in artikel 21, zevende lid, onder a, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, Eerste Paasdag en Eerste Pinksterdag,
3. Voor de in het vorige lid onder a genoemde morgen- en avonduren wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 7 uur, respectievelijk is beëindigd na 20 uur.
4. In afwijking van het bepaalde in het eerste en het tweede lid ontvangt de ambtenaar met ingang van de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt een vaste toelage, mits hij op dat moment gedurende ten minste 5 jaar zonder wezenlijke onderbreking een toelage als bedoeld in het eerste lid heeft genoten.
5. De toelage, bedoeld in het vierde lid, wordt vastgesteld op het bedrag dat de ambtenaar over de zesendertig kalendermaanden voorafgaande aan de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt gemiddeld per maand aan toelage als bedoeld in het eerste lid heeft genoten. Dit bedrag wordt aangepast aan de algemene salariswijzigingen. De toelage wordt naar rato aangepast bij een vermindering van de arbeidsduurfactor.
6. Voor de toepassing van het vierde lid wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.
7. In afwijking van het eerste en tweede lid kan het bevoegd gezag een vaste toelage vaststellen voor een ambtenaar die geen aanspraak heeft op een vaste toelage als bedoeld in het vierde lid.
8. De toelage, bedoeld in het zevende lid, wordt vastgesteld aan de hand van het bepaalde in het tweede en derde lid, het voor de ambtenaar geldende arbeidstijdpatroon als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement en de mate waarin en de wijze waarop van dat arbeidstijdpatroon pleegt te worden afgeweken. De toelage wordt aangepast indien zich wijzigingen voordoen in de berekeningsgrondslag daarvan.
9. In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen, welke het bepaalde in de vorige leden aanvult of daarvan afwijkt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 18 februari 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:731
- Rb. Rotterdam 13 januari 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:123
- Rb. Rotterdam 13 januari 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:122
- Rb. Noord-Holland 2 maart 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:6826
- Rb. Noord-Holland 4 mei 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:3499
- Rb. Gelderland 13 mei 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:3068
- Rb. Den Haag 15 september 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10010
- Rb. Assen 9 december 2008, ECLI:NL:RBASS:2008:BG8031
- Rb. Assen 9 december 2008, ECLI:NL:RBASS:2008:BG8019
- CRvB 30 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1495
- CRvB 24 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3530
- CRvB 26 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2278
- CRvB 5 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX0519
- CRvB 13 oktober 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU2805
- CRvB 18 augustus 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR5527
- CRvB 17 september 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8672
- CRvB 24 mei 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AX6536
- CRvB 10 april 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AF7862