CRvB 24 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3530

In artikel 17, vierde lid, van het BBRA is bepaald, voor zover hier van belang, dat de ambtenaar met ingang van de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt een vaste toelage ontvangt. Ingevolge het vijfde lid van dat artikel wordt deze toelage vastgesteld op het bedrag dat de ambtenaar over de zesendertig kalendermaanden voorafgaande aan de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt gemiddeld per maand aan toelage als bedoeld in het eerste lid heeft genoten. Dit bedrag wordt aangepast aan de algemene salariswijzigingen. De toelage wordt naar rato aangepast bij een vermindering van de arbeidsduurfactor. Appellant stelt dat door de uitbreiding van zijn arbeidsduur naar 36 uur per week de TOD moet worden hersteld naar het bedrag, zoals dat aan hem is toegekend in oktober 2016. Dit betoog slaagt. Het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep gegrond verklaren, het bestreden besluit vernietigen en zelf in de zaak voorzien door te bepalen dat aan appellant zijn TOD wordt toegekend, zoals vastgesteld in oktober 2016. Proceskostenveroordeling minister.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen