Art. 107 WPO, Vorderingsrecht
Wet op het primair onderwijs (WPO)
1. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd een gedeelte van een gebouw of terrein dat tijdelijk of gedurende een gedeelte van de dag niet nodig zal zijn voor de daar gevestigde school, gedurende die tijd als huisvesting voor een andere school, voor ander uit de openbare kas bekostigd onderwijs niet zijnde basisonderwijs, of voor educatie als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs dan wel voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden te bestemmen. Het voorgenomen gebruik dient zich te verdragen met het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school. Tevens is het college van burgemeester en wethouders bevoegd ten behoeve van het onderwijs in lichamelijke oefening of expressie-activiteiten een gebouw of terrein dan wel een gedeelte daarvan dat tijdelijk gedurende gedeelten van de dag of in het geheel niet nodig zal zijn voor de daar gevestigde school, gedurende die tijd als huisvesting voor een andere school, voor ander uit de openbare kas bekostigd onderwijs niet zijnde basisonderwijs, of voor educatie als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs dan wel voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden te bestemmen.
2. Indien het gebouw of terrein in gebruik is voor een niet door de gemeente in stand gehouden school pleegt het college van burgemeester en wethouders vooraf overleg met het bevoegd gezag en, voor zover van toepassing, ook met het bevoegd gezag van die school of nevenvestiging waarvoor de huisvesting is bestemd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 21 oktober 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK0803
- Rb. 's-Gravenhage 4 januari 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6817
- Hof 's-Gravenhage 16 maart 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:BX2885
- Hof Amsterdam 18 december 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:6001
- ABRvS 16 juli 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AH9861
- Rb. Utrecht 17 december 2008, ECLI:NL:RBUTR:2008:BG8236
- Rb. Rotterdam 10 oktober 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:11779
- Rb. Rotterdam 21 juli 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:5540
- Rb. Rotterdam 17 maart 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1914
- Rb. Roermond 23 mei 2008, ECLI:NL:RBROE:2008:BD3203
- Rb. Noord-Holland 12 november 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:10786
- Rb. Noord-Holland 4 november 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:10119
- Rb. Noord-Holland 4 november 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:10114
- Rb. Noord-Holland 31 juli 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:7329
- Rb. Midden-Nederland 18 april 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:1727
- Rb. Midden-Nederland 31 juli 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:3677
- Rb. Midden-Nederland 2 april 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:1661
- Rb. Maastricht 2 januari 2009, ECLI:NL:RBMAA:2009:BI0459
- Rb. Amsterdam 22 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5239
- Conclusie A-G VAN HILTEN 29 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BR4525