Rb. Noord-Holland 31 juli 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:7329

Ontvankelijkheid van de voorzieningenrechter inzake een voornamelijk bestuursrechtelijke aangelegenheid met verwijzing naar HR 16 maart 1990, NJ 1990, 500. Slechts wanneer de andere aangewezen rechter of rechtsgang voldoende rechtsbescherming biedt, zal de kortgedingrechter zich onbevoegd kunnen verklaren. Hiertoe wordt vereist dat in spoedeisende gevallen een met voldoende waarborgen omklede snelle rechtsgang openstaat waarin eiser een met het kort geding vergelijkbaar resultaat kan bereiken. Belangenafweging rekening houdend met hetgeen de bestuursrechter zal gaan beslissen. In een geval als het onderhavige dient de rechter in kort geding bij zijn beslissing omtrent de gevraagde voorziening in aanmerking te nemen welke uitspraak op het beroep bij de bestuursrechter mag worden verwacht en zal hij na deze prognose de belangen bij toewijzing, respectievelijk weigering van de gevraagde voorziening in zijn beoordeling kunnen betrekken. De voorziening tot vordering van noodlokalen ten behoeve van de vestiging van een bassischool met Islamitische grondslag wordt door de voorzieningenrechter geweigerd nu het de voorzieningenrechter niet op voorhand duidelijk is of eiseres bestuursrechtelijk gezien wel in haar gelijk staat.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen