Art. 4:37 BW, Andere wettelijke rechten
Burgerlijk Wetboek Boek 4 (BW4)
1. Degene die krachtens de artikelen 35 en 36 aanspraak maakt op een som ineens, heeft een vordering op de gezamenlijke erfgenamen. De mogelijkheid om aanspraak te maken op een som ineens vervalt, indien de rechthebbende niet binnen een redelijke, hem door een belanghebbende gestelde termijn, en uiterlijk negen maanden na het overlijden van de erflater, heeft verklaard dat hij de som ineens wenst te ontvangen.
2. De vordering is niet opeisbaar totdat zes maanden zijn verstreken na het overlijden van de erflater.
3. De rechtsvordering verjaart door verloop van een jaar na het overlijden van de erflater. Indien die erflater een echtgenoot achterlaat, wordt voor degene die krachtens artikel 36 aanspraak op een som ineens heeft gemaakt, deze termijn verlengd tot een jaar na het overlijden van die echtgenoot.
4. De sommen ineens bedragen gezamenlijk ten hoogste de helft van de waarde der nalatenschap; voor zoveel nodig ondergaan zij elk een evenredige vermindering. Onder de waarde der nalatenschap wordt in dit artikel verstaan de waarde van de goederen der nalatenschap, verminderd met de in artikel 7 lid 1 onder a tot en met e vermelde schulden.
5. De voldoening van de sommen ineens komt ten laste van het gedeelte der nalatenschap waarover niet bij uiterste wilsbeschikking is beschikt, en vervolgens, zo dit onvoldoende is, van de makingen; artikel 87 lid 2, tweede zin, is op een inkorting van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof 's-Hertogenbosch 22 juli 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BD8647
- Hof 's-Hertogenbosch 20 mei 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:1507
- Hof 's-Hertogenbosch 21 april 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1308
- Hof Arnhem-Leeuwarden 26 maart 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:2133
- Rb. Rotterdam 19 februari 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:3000
- Rb. Noord-Holland 13 januari 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:2168
- Rb. Limburg 17 maart 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:2457
- Rb. Limburg 14 maart 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:2517
- Rb. Limburg 23 mei 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:4816
- Rb. Den Haag 27 maart 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:15877
- Rb. Breda 14 juni 2007, ECLI:NL:RBBRE:2007:BA7400
- Conclusie A-G Ibili 5 september 2025, ECLI:NL:PHR:2025:935
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 14 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:429
- Hof 's-Hertogenbosch 16 september 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:3652
- Hof 's-Gravenhage 16 maart 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BP8941
- Hof Arnhem 1 juli 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BE8746
- Hof Arnhem-Leeuwarden 1 april 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:1937
- Hof Arnhem-Leeuwarden 1 maart 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:1892
- Hof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:516
- Hof Arnhem-Leeuwarden 1 december 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:9090