Art. 4:35 BW, Andere wettelijke rechten
Burgerlijk Wetboek Boek 4 (BW4)
1. Een kind van de erflater, een kind als bedoeld in artikel 394 van Boek 1 daaronder begrepen, kan aanspraak maken op een som ineens, voor zover deze nodig is voor:
a. zijn verzorging en opvoeding tot het bereiken van de leeftijd van achttien jaren; en voorts voor:
b. zijn levensonderhoud en studie tot het bereiken van de leeftijd van een en twintig jaren.
2. De som ter zake van de verzorging en opvoeding komt het kind niet toe, voor zover de echtgenoot of een erfgenaam van de erflater krachtens wet of overeenkomst is gehouden om in de kosten daarvan te voorzien. De som ter zake van levensonderhoud en studie komt het kind niet toe, voor zover de echtgenoot van de erflater krachtens artikel 395a van Boek 1 verplicht is om in de kosten daarvan te voorzien.
3. Op de som ineens komt in mindering hetgeen de rechthebbende had kunnen verkrijgen krachtens erfrecht of krachtens een sommenverzekering die door het overlijden van de erflater tot uitkering komt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof 's-Hertogenbosch 21 april 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1308
- Hof Arnhem-Leeuwarden 4 mei 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:4339
- Rb. Zeeland-West-Brabant 1 augustus 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:6752
- Rb. Rotterdam 9 juli 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:6081
- Conclusie A-G Ibili 5 september 2025, ECLI:NL:PHR:2025:935
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 12 juli 2024, ECLI:NL:PHR:2024:762
- Conclusie A-G De Vries Lentsch-Kostense 11 januari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BX9831
- Conclusie A-G De Vries Lentsch-Kostense 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA2507
- Hof Arnhem-Leeuwarden 21 januari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:516
- Hof Arnhem-Leeuwarden 1 december 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:9090