Rb. Limburg 14 maart 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:2517
Erfrecht. 4:36 BW som ineens. Gesteld noch gebleken is dat de verklaring op een som ineens tijdig, binnen de in art. 4:37 lid 1 BW bepaalde termijn, is gedaan. Volgens de heersende leer dient degene die een aanspraak op een som ineens maakt dit te verklaren aan alle erfgenamen van de nalatenschap die het betreft.
De uitspraak op rechtspraak.nl