Art. 4:20 BW, Het erfrecht bij versterf van de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot en van de kinderen
Burgerlijk Wetboek Boek 4 (BW4)
Indien een kind overeenkomstig artikel 13 lid 3 een geldvordering op zijn langstlevende ouder ter zake van de nalatenschap van zijn eerst overleden ouder heeft verkregen en de langstlevende ouder bij diens overlijden gehuwd was, is de stiefouder verplicht aan het kind op diens verzoek goederen over te dragen met een waarde van ten hoogste die geldvordering, vermeerderd met de in lid 4 van dat artikel bedoelde verhoging. Wordt de nalatenschap van de langstlevende ouder niet overeenkomstig artikel 13 verdeeld, dan rust de in de vorige zin bedoelde verplichting op de erfgenamen van de langstlevende ouder.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY2595
- Hof Arnhem-Leeuwarden 21 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3273
- Rb. Rotterdam 1 maart 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:5404
- Rb. Limburg 5 april 2023, ECLI:NL:RBLIM:2023:2373
- Rb. Amsterdam 4 februari 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BI2605
- Conclusie A-G De Vries Lentsch-Kostense 21 maart 2014, ECLI:NL:PHR:2014:221
- Conclusie A-G De Vries Lentsch-Kostense 8 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY2595
- Conclusie A-G Timmerman 10 juni 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ2299
- Hof Den Haag 28 oktober 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:3858
- Hof Arnhem-Leeuwarden 5 november 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:9522