Art. 3 WOR, De instelling van ondernemingsraden
Wet op de ondernemingsraden (WOR)
1. De ondernemer die twee of meer ondernemingen in stand houdt waarin tezamen in de regel ten minste 50 personen werkzaam zijn stelt voor alle of voor een aantal van die ondernemingen tezamen een gemeenschappelijke ondernemingsraad in indien dit bevorderlijk is voor een goede toepassing van deze wet in de betrokken ondernemingen.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van in een groep verbonden ondernemers, die twee of meer ondernemingen in stand houden, waarin tezamen in de regel ten minste 50 personen werkzaam zijn. De betrokken ondernemers wijzen een tot hun groep behorende ondernemer aan, die voor de toepassing van deze wet namens hen als ondernemer optreedt ten opzichte van de gemeenschappelijke ondernemingsraad.
3. De ondernemingen waarvoor een gemeenschappelijke ondernemingsraad is ingesteld, worden beschouwd als één onderneming in de zin van deze wet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Amsterdam 24 november 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:6762
- Rb. Amsterdam 29 januari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:983
- Rb. Amsterdam 10 oktober 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:6775
- Rb. Rotterdam 30 november 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:9268
- Rb. Rotterdam 3 juli 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:5411
- Rb. Limburg 28 mei 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:4468
- Rb. Den Haag 21 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8374
- Rb. Arnhem 22 september 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BT6576
- Rb. Amsterdam 26 juli 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:3883
- Conclusie A-G de Bock 27 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:449
- Hof Den Haag 1 juni 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1021
- Hof Den Haag 24 juli 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1777
- Hof Amsterdam 20 mei 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1370
- Hof Amsterdam 25 september 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2493
- Hof Amsterdam 9 september 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:3088
- Hof Amsterdam 28 september 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2825