Hof Amsterdam 28 september 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2825

Advocaat ingeschakeld door OR spreekt ondernemer rechtstreeks aan tot betaling van zijn kosten. Dit kan alleen succesvol als de ondernemer gehouden is deze kosten te dragen. De ondernemer is niet op basis van een vermeende mondelinge toezegging gehouden de factuur te voldoen. Nu het gaat om de vraag of op grond van artikel 22 lid 2 WOR kosten vergoed dienen te worden kan dat alleen aan de orde worden gesteld in een procedure ex artikel 36 lid 2 WOR tussen de OR en de onderneming, en die is niet gevoerd. Gesteld noch gebleken is dat de OR haar rechten terzake aan de advocaat heeft gecedeerd. De ondernemer heeft tijdens de mondelinge behandeling onweersproken gesteld dat de onderneming (in liquidatie) inmiddels is uitgeschreven uit het Handelsregister en dat de OR is opgeheven. Bij gebrek aan de OR als procespartij in de procedure ex artikel 36 WOR zou dan als grondslag ter voldoening van de factuur een onrechtmatige daad van de onderneming kunnen gelden. De onderneming stelt zich immers op het standpunt dat de factuur van de advocaat in feite oninbaar is, terwijl de kosten van de advocaat wel redelijkerwijs noodzakelijk zijn geweest voor de vervulling van de taak van de OR. Tussenarrest: partijen mogen zich bij akte uitlaten over de grondslag onrechtmatige daad. Zie ECLI:NL:GHAMS:2022:1037.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen