Art. 1:90 BW, Rechten en verplichtingen van echtgenoten
Burgerlijk Wetboek Boek 1 (BW1)
1. Een echtgenoot is bevoegd tot het bestuur van zijn eigen goederen en, volgens de regels van artikel 97, tot het bestuur van goederen van een gemeenschap.
2. Het bestuur van een echtgenoot over een goed omvat de uitoefening van de daaraan verbonden bevoegdheden, daaronder begrepen de bevoegdheid tot beschikking en tot beheer en de bevoegdheid om ten aanzien van dat goed feitelijke handelingen te verrichten en toe te laten, onverminderd de bevoegdheden tot genot en gebruik die de andere echtgenoot overeenkomstig de huwelijksverhouding toekomen.
3. Tussen de echtgenoot die het hem toekomend bestuur overlaat aan de andere echtgenoot, en deze laatste zijn de bepalingen omtrent opdracht van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van de aard van de huwelijksverhouding en de aard der goederen.
4. De echtgenoot die een goed bestuurt, kan als partij naast de andere echtgenoot toetreden tot een rechtshandeling die deze laatste met betrekking tot dat goed heeft verricht. De verklaring van toetreding wordt gericht tot hen die partij bij de rechtshandeling zijn; artikel 56 van Boek 3 is van overeenkomstige toepassing. Is voor het verrichten van de rechtshandeling een bepaalde vorm voorgeschreven, dan geldt voor de toetreding hetzelfde vereiste. De echtgenoot kan toetreding tot bijkomstige en tot reeds opeisbare rechten en verplichtingen uitsluiten; hij wordt geacht zich slechts te hebben verbonden onder eerbiediging van tevoren aan derden verleende rechten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:156
- Hof Den Haag 22 mei 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1504
- Conclusie 16 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:256
- Conclusie A-G Overgaauw 10 maart 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU2004
- Rb. Zutphen 11 augustus 2011, ECLI:NL:RBZUT:2011:BU4274
- Rb. Zutphen 14 juli 2010, ECLI:NL:RBZUT:2010:BN1043
- Rb. Zutphen 9 april 2008, ECLI:NL:RBZUT:2008:BD4028
- Rb. Rotterdam 25 september 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:9439
- Rb. Rotterdam 25 september 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:7998
- Conclusie A-G IJzerman 21 december 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1234
- Conclusie A-G Keus 16 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:519
- Conclusie A-G Timmerman 10 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1418
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 19 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2483
- Conclusie A-G IJZERMAN 20 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU5651
- Conclusie A-G Niessen 15 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BH9198
- Conclusie A-G Niessen 15 januari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BH9188
- Conclusie A-G Langemeijer 25 september 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI9634
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 8 december 2016, ECLI:NL:OGHACMB:2016:165
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 maart 2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:84
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 1 juni 2015, ECLI:NL:OGEAA:2015:61