Rb. Zutphen 14 juli 2010, ECLI:NL:RBZUT:2010:BN1043

Partijperikelen bij botsende rechten op levering. Geen noodzaak de vrouw op de voet van artikel 118 Rv op te roepen. In de koopovereenkomst staat dat een perceel door twee echtelieden is verkocht. De echtelieden zijn in gemeenschap van goederen gehuwd. Slechts een van deze echtelieden is gedagvaard. Uit een leveringsakte die na het tussenvonnis in het geding is gebracht, blijkt dat het perceel op naam staat van verkoper die is gedagvaard en niet (mede) op naam van diens echtgenote. Waar het om gaat, is of de verkoper die is gedagvaard bevoegd is de volle eigendom van het perceel over te dragen.. Deze vraag moet bevestigend worden beantwoord. Nu het perceel alleen naam van deze verkoper staat, staat het perceel op grond van het bepaalde in artikel 1:97 lid 1 derde volzin BW onder zijn bestuur. Op grond van het bepaalde in artikel 1:90 lid 2 BW betekent dit dat de hier bedoelde verkoper met uitsluiting van zijn echtgenote bevoegd is over het perceel te beschikken, ook al valt het perceel in de gemeenschap van goederen. Daarom is er geen noodzaak de echtegenote op te roepen op de voet van artikel 118 Rv.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen