Art. 1:91 BW, Rechten en verplichtingen van echtgenoten
1. Indien een echtgenoot door afwezigheid of een andere oorzaak in de onmogelijkheid verkeert zijn goederen of de goederen der gemeenschap te besturen, of in ernstige mate tekortschiet in het bestuur van de goederen der gemeenschap, kan de rechtbank op verzoek van de andere echtgenoot aan deze het bestuur over die goederen of een deel daarvan met uitsluiting van de eerstgenoemde echtgenoot opdragen. De rechter kan bij de opdracht nadere regelen stellen omtrent het bestuur en de vertegenwoordiging in de zin van lid 4.
2. De artikelen 86 leden 2-4 en 90 lid 3 zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De rechter gelast de oproeping van beide echtgenoten en, zo de in lid 1 eerstgenoemde echtgenoot een vertegenwoordiger heeft aangesteld, ook deze.
4. De echtgenoot aan wie het bestuur over goederen wordt opgedragen, is bevoegd tot vertegenwoordiging van de echtgenoot aan wie het wordt onttrokken, bij andere dan bestuurshandelingen met betrekking tot die goederen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Hartlief 22 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:483
- Conclusie A-G Overgaauw 10 maart 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU2004
- Conclusie A-G Hartlief 22 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:484
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 19 december 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2483
- Conclusie A-G Wuisman 7 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BY0957
- Conclusie A-G Asser 5 februari 1993, ECLI:NL:PHR:1993:21
- Conclusie A-G Biegman-Hartogh 20 januari 1984, ECLI:NL:PHR:1984:AB7952