Art. 1:434 BW, Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen
1. In beschikkingen als bedoeld in de artikelen 432 en 433, tweede lid, van dit boek bepaalt de rechter ambtshalve welke goederen onder bewind worden gesteld, onderscheidenlijk uit het bewind worden ontslagen.
2. Onderbewindstelling van een goed en het ontslag van een goed uit het bewind treden in werking daags nadat de beschikking is verstrekt of verzonden, tenzij de beschikking een later tijdstip van ingang vermeldt. In het geval, bedoeld in artikel 431, tweede lid, treedt de onderbewindstelling in werking op het tijdstip waarop de rechthebbende meerderjarig wordt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 3 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:105
- Hof Den Haag 22 april 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:616
- Hof Den Haag 4 mei 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:878
- Hof Arnhem-Leeuwarden 23 juni 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:4753
- Rb. 's-Hertogenbosch 9 november 2010, ECLI:NL:RBSHE:2010:BO3334
- Rb. Noord-Nederland 6 november 2013, ECLI:NL:RBNNE:2013:6756
- Hof 's-Hertogenbosch 7 december 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:3666
- Hof 's-Hertogenbosch 14 maart 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:992
- Hof Arnhem-Leeuwarden 10 februari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:750
- Hof Arnhem-Leeuwarden 14 mei 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:4144
- Hof Arnhem-Leeuwarden 16 augustus 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7451
- Hof Arnhem-Leeuwarden 8 december 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:10172
- Hof Amsterdam 30 april 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1171