Hof Den Haag 4 mei 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:878
Het hof oordeelt dat appellante belanghebbende is in de in de zin van artikel 798 lid 2 Rv in de procedure over bewind en mentorschap. Het hof merkt appellante op grond van feiten en omstandigheden aan als levensgezel van de rechthebbende/betrokkene. Een verbreking van de samenwoning acht het hof in dit geval niet doorslaggevend.
De uitspraak op rechtspraak.nl